de hoge raad oordeelt dat de werkzaamheden van de huisarts voor de stichting geen ondeelbare prestatie vormen met de door hem verrichte huisartsenzorg. de medische vrijstelling is daarom niet van toepassing op deze werkzaamheden.
de diensten die de stichting zelf verricht, vallen onder de werkzaamheden van samenwerkingsverbanden waarvoor de sociale-culturele vrijstelling is bedoeld (post b.20 van bijlage b). de werkzaamheden die de huisarts tegen vergoeding verricht voor de stichting vallen daar echter niet onder.