Jan is van mening dat het nabestaandenpensioen hem toekomt, als enig erfgenaam. Het pensioenfonds maakt uit de verklaring van erfrecht op dat er nog twee zussen zijn. Volgens het fonds is een pensioen een persoonlijk recht dat niet overgaat op de erfgenamen. Erfrecht is dus niet van toepassing op pensioen. Het fonds kiest ervoor om het niet uitgekeerde pensioen niet te laten vervallen, maar uit coulance uit te keren aan de nabestaanden. De nabestaanden zijn de partner of, als die er niet is, de (stief)kinderen. De drie kinderen van Arie waren voor Anja stiefkinderen en daar gaat de uitkering naartoe, ieder voor 1/3 deel. Jan laat het er niet bij zitten en vordert bij Rechtbank Noord-Nederland de gehele uitkering. De kantonrechter oordeelt dat het nabestaandenpensioen geen onderdeel uitmaakt van Anja’s nalatenschap. De aanspraak is niet onder algemene titel overgegaan, omdat het persoonlijke rechten zijn die verknocht zijn aan de overledene (hier Anja). Dat blijkt uit de Pensioenwet, maar ook uit jurisprudentie van de Hoge Raad. Jan heeft hierdoor geen vordering op het pensioenfonds en krijgt daardoor dus “maar” 1/3.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief