Uit de feiten blijkt dat de bv het loon heeft aangegeven, loonheffingen heeft afgedragen en de salariskosten ten laste heeft gebracht van haar fiscale winst. De aangiften zijn op dit punt ook naderhand niet gecorrigeerd. Verder heeft de bv vooroverleg gehad met de Belastingdienst over de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen van de vader. De accountant van de bv heeft daarin het beeld geschetst dat hij een 40-urige werkweek had.

Het hof neemt mee dat de vader in zijn aangifte IB/PVV voor een eerder jaar ook het van de bv genoten loon heeft aangegeven. Het enkele feit dat hij het netto-equivalent van het loon mogelijk niet heeft ontvangen, maakt dat niet anders. De vader maakt niet aannemelijk dat het loon niet vorderbaar en inbaar is, dan wel anderszins niet zou zijn genoten. Dat hij wilde afzien van het loon, maakt niet dat het loon niet is genoten in 2019.

Let op
Dit soort vragen spelen ook wel bij dga’s, waarbij men het loon achteraf wil verlagen. Het feit dat het loon is aangegeven voor de loonheffingen en in aftrek is gebracht, is dan een sterke aanwijzing dat het loon wel is genoten. De Belastingdienst accepteert de correctie dan niet.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief