Het kenmerk van de loongerelateerde fase is dat de WW-rechten hierin zijn verdisconteerd. Daarom is de loongerelateerde uitkering van de werknemer altijd 70% van zijn of haar oude loon, dus ongeacht of de werknemer 35%, 50% of 75% arbeidsongeschikt is.
Bezwaar
Stel nu dat een werknemer in bezwaar gaat in de loongerelateerde fase 1, omdat het UWV vindt dat hij 50% arbeidsongeschikt is, terwijl de werknemer vindt dat hij helemaal niet kan werken. De uitkomst valt tegen: de verzekeringsarts vindt dat de werknemer helemaal niet arbeidsongeschikt is. Het recht op uitkering komt dan voor de werknemer te vervallen, terwijl hij voorheen nog 50% arbeidsongeschikt was volgens het UWV.
Geen uitkering
Is het gevolg van die – onverwachte – uitkomst dat de uitkering wordt stopgezet? Nee, dat kan niet gedurende de eerste fase. In die fase houd je als werknemer recht op 70% van je oude geïndexeerde loon tot het einde van de loongerelateerde periode. Waarom? Er is een nauw verband met je opgebouwde WW-rechten. Die rechten zijn verwerkt in de duur van de loongerelateerde periode én in de hoogte van de uitkering (70%, net als bij de WW). Dit heeft tot gevolg dat als de loongerelateerde fase van de WIA is afgelopen, ook al je WW-rechten zijn verbruikt.
Let op: omdat in de loongerelateerde fase je recht op de WIA-uitkering is teruggegaan naar -35%, wordt deze pas stopgezet aan het einde van de loongerelateerde fase (vanwege de verdisconteerde WW-rechten). Ondanks het procederen behoud je je WIA-uitkering tot het einde van fase 1. Pas bij aanvang van fase 2 wordt de uitkering ingetrokken. Daarmee is procederen dus beperkt riskant.
Heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.