Stel dat beide ouders zijn overleden. Er is dan alleen nog een laatste slotuitkering in de maand van het laatste overlijden. De lijfrentevoorziening op de balans moet daarna vrijvallen in de winst. Die voorziening mag niet meer worden uitgekeerd. Dat is inherent aan het uitvoeren van een levensverzekering, in dit geval een kanscontract op in leven blijven. In eigen beheer mag geen bancaire lijfrente worden uitgevoerd, zonder dat rekening hoeft te worden gehouden met levens- en sterftekansen. Bij een ODV werkt dat anders, en wordt steeds naar opvolgende erfgenamen ‘gezocht’ aan wie de geplande uitkeringsduur van 20 jaar vanaf de AOW-leeftijd van de oorspronkelijke pensioengerechtigde dga kan worden voortgezet.