De rechtbank verwijst naar de parlementaire geschiedenis, waaruit blijkt dat het juist niet de bedoeling van de wetgever is geweest om een verbreking van een fiscale eenheid met terugwerkende kracht toe te staan. Het beëindigingstijdstip kan niet eerder liggen dan het tijdstip waarop het verzoek om beëindiging van de fiscale eenheid is gedaan. De inspecteur heeft daarom het verlies over 2020 terecht vastgesteld over de periode tot 1 oktober 2020. Vanaf dat moment wordt het verlies meegenomen in het resultaat van de moeder-bv.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief