Volgens de bv wijzen de bestemmingswijziging van de panden en de kosten van de verbouwing (ongeveer € 9 miljoen ten opzichte van een verkrijgingsprijs van € 20 miljoen) op een zodanig ingrijpende verbouwing dat er in wezen een nieuw gebouw is ontstaan. Het hof gaat hier niet in mee. Een bestemmingswijziging en de hoogte van de kosten kunnen daarvoor weliswaar aanwijzingen zijn, maar doorslaggevend zijn zij niet. Noch op zichzelf, noch tezamen, en noodzakelijk zijn ze evenmin.

Geen laag OVB-tarief voor assistent-ingenieurswoning
Ook volgt het hof niet de stelling van de bv dat op de verkrijging van de assistent-ingenieurswoning (een van de 3 panden) het verlaagde OVB-tarief van 2% van toepassing is. Deze woning is oorspronkelijk wel ontworpen en gebouwd als woning, maar op het tijdstip van de verkrijging was de uitvoering van de werkzaamheden al zo goed als afgerond en was de assistent-ingenieurswoning fysiek niet meer te scheiden. Uit de bouwtekeningen volgt namelijk dat zich op dat moment in de kelder van deze woning een vriescel, koelcel en koelruimte bevonden. Ook waren er een biertank en twee (personeels)toiletten gecreëerd en een goederenlift. Verder was er op de begane grond een toiletgroep voor het hotel/restaurant gemaakt en waren op de twee verdiepingen (in totaal) 4 hotelkamers gerealiseerd. Volgens het hof was de assistent-ingenieurswoning hierdoor op de datum van de verkrijging naar haar aard niet langer bestemd als woning. Ook waren meer dan beperkte aanpassingen nodig om de woning weer voor bewoning geschikt te maken.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief