Volgens de Hoge Raad is er sprake van een kennelijke fout wanneer er geen redelijke twijfel bestaat over de onjuistheid; de misslag moet op het eerste gezicht duidelijk zijn. In een recente zaak ontstond discussie toen een rechtbank in een eindvonnis een vordering afwees die in een eerder tussenvonnis juist expliciet was toegewezen. Waar het gerechtshof oordeelde dat de rechter mogelijk bewust op haar besluit was teruggekomen zonder dit te motiveren, stelde de Hoge Raad vast dat er geen aanknopingspunten waren voor zo’n beleidswijziging. Het herstel van het vonnis werd daarom gerechtvaardigd geacht, omdat de discrepantie tussen het tussen- en eindvonnis als een evidente, herstelbare fout werd aangemerkt.
Herstel na 2 jaar onaanvaardbaar?
De Hoge Raad verduidelijkte daarnaast dat de factor tijd en de redelijkheid en billijkheid geen rol spelen bij de bevoegdheid tot herstel onder artikel 31 Rv. Het hof had in de bewuste zaak geoordeeld dat herstel na twee jaar onaanvaardbaar zou zijn voor de wederpartij, maar de Hoge Raad floot dit oordeel terug. Aangezien er tegen een herstelbesluit geen hoger beroep mogelijk is, mag een hogere rechter de inhoudelijke juistheid van de verbetering niet toetsen aan algemene normen van redelijkheid. Zolang de fout objectief kennelijk is, blijft de herstelmogelijkheid onbeperkt bestaan. Dus ongeacht hoeveel jaren er inmiddels zijn verstreken sinds de oorspronkelijke uitspraak.
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met mr. Pascalle de Hoon of mr. Natasja Rensen. Zij zijn werkzaam voor Avanti Jure Advocaten, een samenwerkingspartner van Fiscount.