De rechtbank stelde in 2023 de inspecteur in het gelijk. Zij oordeelde dat er sprake is van prestaties die zo nauw verbonden zijn dat sprake is van één economische prestatie waarvan het kunstmatig zou zijn om die uit elkaar te halen. Die prestatie bestaat in de kern uit het scheppen van een omgeving die het mogelijk maakt voor de gast om de benodigde zorg te ontvangen in de laatste dagen van het leven en het faciliteren/coördineren van zorg. Het feit dat de zorg wordt verleend door zorgverleners en vrijwilligers die niet rechtstreeks in dienst zijn bij de stichting, maakt dat niet anders. Volgens de rechtbank valt deze prestatie onder de medische vrijstelling. Daarvoor verwijst zij naar het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 6 september 2017 en naar de wetsgeschiedenis. Hieruit volgt dat met deze vrijstelling is bedoeld om niet alleen de verzorging en verpleging van in een medische inrichting opgenomen personen vrij te stellen, maar ook woonvormen waarbij naast de verhuur ook nog andere verzorgende prestaties worden verricht die onderscheidend zijn ten opzichte van de enkele verhuur.
Oordeel Hof Arnhem-Leeuwarden
Ook Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de diensten die de stichting verricht moeten worden gezien als één prestatie. Die prestatie valt echter niet onder de medische vrijstelling, omdat de stichting zelf geen medische zorg verleent. Ook is zij geen sociale of culturele instelling, waardoor die vrijstelling evenmin op haar prestatie van toepassing is. Vervolgens oordeelt het hof dat er ook geen sprake is van short-stay. De prestatie van de stichting omvat meer dan de verhuur voor korte duur van een onroerende zaak. Ook is de verhuur van een hotelkamer niet vergelijkbaar met een verblijf in een hospice. Een hotelkamer is geen realistisch alternatief voor een verblijf in een hospice. Het hof concludeert daarom dat de stichting het algemene btw-tarief (21%) moet toepassen op de vergoeding voor de hospiceprestatie. Hierdoor kan de stichting de btw op de verbouwingskosten volledig in aftrek brengen.
Een gelijkluidend oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden in een andere vergelijkbare zaak vind je hier.
Let op
Sinds 1 januari 2026 is het btw-tarief voor short-stay en andere logiesverstrekkingen (hotelovernachtingen, B&B en vakantiewoningen) verhoogd van 9% naar 21%. Dat het 9%-tarief niet van toepassing was, is dus alleen nog van belang voor het verleden.