Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de woonkamer van de onderneemster geen naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning is. Deze ruimte heeft namelijk geen eigen sanitaire voorzieningen. De woonkamer voldoet hierdoor niet aan de vereiste zelfstandigheid (artikel 3.16 Wet IB 2001) om als werkruimte te kwalificeren. De huurkosten zijn daarom niet aftrekbaar van de winst. De coronacrisis wijzigt de relevante verkeersopvattingen niet. Dat in die periode veel werd thuisgewerkt, betekent niet dat minder belang toekomt aan de uiterlijke kenmerken, waaraan een ruimte moet voldoen om te kwalificeren als werkruimte. De inspecteur heeft de huurkosten terecht gecorrigeerd.