De minimale uitkeringsduur is na omzetting ten minste 5 jaar als het gezamenlijke bedrag aan termijnen niet hoger is dan het maximum van € 27.192 per jaar voor de tijdelijke oudedagslijfrente. Bij een hoger uitkeringsbedrag val je onder de semi-levenslange bancaire oudedagslijfrente. De minimale uitkeringsduur is dan ten minste 20 jaar minus de al verstreken periode tussen het moment waarop de gerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt en het moment waarop de eerste termijn van de lijfrente wordt uitgekeerd. In het voorbeeld is de dga 16 jaar ouder dan de AOW-gerechtigde leeftijd. De minimale uitkeringsduur van 20 jaar wordt verminderd met 16 jaar tot 4 jaar.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief