De geplande pseudo‑eindheffing betekent dat werkgevers voor elke niet‑emissieloze auto van de zaak een extra heffing van 12% over de catalogusprijs gaan betalen. Het doel hiervan is het stimuleren van een emissievrij wagenpark. Werkgevers en brancheorganisaties waarschuwen voor hoge lasten en uitvoeringsproblemen, vooral bij tijdelijk of vervangend vervoer. In een brandbrief aan de Tweede Kamer vragen zij om aanpassing van de regeling. De staatssecretaris heeft erkend dat er ongewenste neveneffecten zijn en komt later met een reactie. Tot die tijd blijft de voorgenomen invoeringsdatum formeel staan. Wel geldt er een overgangsregeling tot 17 september 2030 voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 in gebruik zijn.
Youngtimers straks buiten de boot
Bij de youngtimerregeling wordt een bijtelling berekend van 35% over de dagwaarde in plaats van een bijtelling over de cataloguswaarde. Tot 2026 moest de auto 15 jaar oud zijn om van deze regeling gebruik te kunnen maken. Dit jaar geldt dat de auto, behoudens een overgangsregeling, 16 jaar oud moet zijn en vanaf 2027 zelfs 25 jaar. Veel van de huidige youngtimers vallen daardoor straks buiten de regeling. Na kritiek uit de sector overweegt ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis, de bedenker van de versobering van de youngtimerregeling, de regeling alweer aan te passen. Overwogen wordt om de regeling te bevriezen, waardoor auto’s van na 2011/2012 geen youngtimer meer zullen worden. Dit zou mogelijk gepaard gaan met een verhoging van de huidige 35% bijtelling.
Tip
Heb je klanten met auto’s van de zaak (waaronder youngtimers)? Breng nu al in kaart wat de voorgestelde pseudo‑eindheffing en de versoberde youngtimerregeling voor hun wagenpark en kostenstructuur betekenen. Houd de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.