Vanaf 2001 is de familievrijstelling ook van toepassing bij een overdracht in fasen door de toevoeging (‘al dan niet in fasen’). Mits er een plan is op basis waarvan de volledige onderneming uiteindelijk volledig overgaat binnen de familiekring.
Standpunt Kennisgroep
De Kennisgroep gaat in het voornoemde standpunt in op de bedrijfsopvolging in fasen, in combinatie met een tussentijdse inbreng in een bv-structuur. Dit illustreert de Kennisgroep met een casus. Deze is in het kort als volgt:
- Er is een bestaande vof met bedrijfspand tussen vader en moeder, waarna hun zoon voor 1/3 toetreedt. Vader en moeder dragen ieder 1/6 van de economische eigendom van het bedrijfspand over ter zake waarvan een beroep wordt gedaan op de familievrijstelling. Aangezien geen volledige overdracht heeft plaatsgevonden, is sprake van een ‘overdracht in fasen’.
- De moeder draagt haar volledige vof-aandeel over aan haar zoon, waarbij opnieuw een beroep wordt gedaan op de familievrijstelling. Na deze overdracht is de winstverdeling 1/3 voor de vader en 2/3 voor de zoon.
- De zoon brengt zijn 2/3 vof-aandeel in een bv in.
Na bovenstaande stappen is de overdracht door moeder volledig afgerond en vrijgesteld door toepassing van de familievrijstelling. De overdracht van het vof-aandeel van vader is gestart, niet afgerond én kan door de inbreng van het VOF-aandeel in de bv door de zoon ook niet worden afgerond. Dit betekent 1) dat de eerder ingeroepen vrijstelling ter zake van 1/6 deel alsnog komt te vervallen; én 2) dat de eventuele latere overdracht van het 1/3 vof-aandeel van vader ook niet onder de vrijstelling valt. De familievrijstelling is pas definitief als de overdacht van het aandeel van de vader volledig is afgerond. Pas dan, als een eenmanszaak resteert voor de zoon, is die zoon vrij om zijn onderneming met bedrijfspand in te brengen in een bv-structuur met toepassing van de inbrengvrijstelling.