Vraag is of de gepensioneerde bij de nieuwe uitvoerder mag kiezen voor een andere mate van variatie van de hoogte van zijn pensioenuitkeringen (als bedoeld in artikel 18d, eerste lid, Wet LB) dan de mate waarvoor hij gekozen heeft op ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen.

Eenmaal gekozen blijft gekozen

Het CAP vindt van niet en volgt een strikte wetsuitleg: de gepensioneerde mag niet kiezen voor een andere mate van variatie van de hoogte van zijn pensioenuitkeringen, dan de mate waarvoor hij gekozen heeft op ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen. Er komt dus geen ‘tweede pensioneringsmoment’ waarop een nieuwe keuze mag worden gemaakt. Niet relevant is of de gepensioneerde kiest voor een vastgestelde of een variabele uitkering bij het pensioenfonds of een andere pensioenuitvoerder. De nieuw vastgestelde of variabele uitkering mag afwijken van de hoogte van de oorspronkelijke uitkering, maar de mate van variatie (inclusief de periode van variatie) moet gelijk blijven.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief