Het hof baseert zich bij zijn oordeel volgens de Hoge Raad terecht op het arrest van 15 oktober 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BM8075). Daarin geeft de Hoge Raad aan dat een verplaatsing van de bedrijfsuitoefening niet tot staking leidt als de identiteit van de onderneming wezenlijk dezelfde is gebleven. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van een aantal factoren die tezamen en in hun onderling verband de identiteit van de onderneming bepalen. Daarbij worden de bedrijven met elkaar vergeleken, onder meer qua grootte van de oppervlakte van de gronden, het melkquotum en het aantal koeien. Het hof heeft met de veranderde omstandigheden voldoende gemotiveerd dat daarmee de wezenlijke identiteit verloren is gegaan.