Uitgangspunt voor de waardering van een courante, commercieel geëxploiteerde onroerende zaak is dat de waarde in het economische verkeer gelijk is aan de gecorrigeerde vervangingswaarde. Dat is alleen anders als er sprake is van een voor de eigenaar subjectieve omstandigheid, die ertoe leidt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde hoger uitvalt dan de waarde in het economisch verkeer, waarbij met subjectieve omstandigheden geen rekening wordt gehouden. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof het bestaan van een dergelijke subjectieve omstandigheid niet heeft vastgesteld.