Hoewel de inspecteur naar de letter van de wet gelijk heeft, ziet de rechtbank geen reden om hier de vrijstelling OVB bij bedrijfsopvolging (artikel 15, lid 1, onderdeel b WBR) te weigeren. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat in wezen gelijke gevallen fiscaal ook gelijk moeten worden behandeld. Zonder BV-structuur zou de vrijstelling van toepassing zijn, als de vastgoedportefeuille tot het ondernemingsvermogen van een eenmanszaak had behoord. Toepassing van de vrijstelling strookt ook met het doel van de vrijstelling OVB bij bedrijfsopvolging: het wegnemen van fiscale drempels. Ook bij de verkrijging van aandelen in een vastgoed-BV met een materiële onderneming kan de OVB immers een drempel opwerpen voor de bedrijfsopvolging.

Doorkijkgedachte

De Hoge Raad heeft in enkele zaken *) geoordeeld dat als de directe verkrijging van onroerende zaken leidt tot vrijstelling van OVB, de indirecte verkrijging van onroerende zaken via de aandelen van een vennootschap ook vrijgesteld moet zijn. Er moet dus door de BV heen gekeken worden om te beoordelen of de overdracht van de onroerende zaak zelf in aanmerking komt voor een vrijstelling. In de onderhavige zaak is dit het geval voor de overdracht van de onroerende zaken van de vastgoed-BV. Die zouden zonder BV-structuur vrijgesteld zijn van OVB.

*) ECLI:NL:HR:2011:BQ7580 en ECLI:NL:HR:2007:AU8559

Vrijstelling bij bedrijfsopvolging

Deze uitspraak betekent niet dat de vrijstelling OVB bij bedrijfsopvolging kan worden benut voor iedere verkrijging van aandelen van een vastgoed-BV. De Hoge Raad geeft hiervoor voorwaarden aan. Van belang is dat de vastgoed-BV een materiële onderneming drijft. In dat geval kan sprake zijn van een gelijke behandeling aan de overdracht van een IB-onderneming met onroerend zaken. De bedrijfsopvolger moet bovendien een direct familielid zijn. Dat wil zeggen: kind, kleinkind of broer/zus of de echtgeno(o)te van hen. Ook moet er aan de doorkijkgedachte worden voldaan.

Andere vergelijkbare uitspraak

Dit is ook niet de eerste uitspraak waarin de vrijstelling OVB bij bedrijfsopvolging is toegekend bij de verkrijging van aandelen in een vastgoed-BV. Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2016:3373) oordeelde vorig jaar in gelijke zin. Tegen deze uitspraak is sprongcassatie ingesteld, waarop de Hoge Raad nog moet beslissen. Het is waarschijnlijk dat de staatssecretaris ook tegen deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland sprongcassatie zal instellen.

Tip

Omdat waarschijnlijk sprongcassatie wordt ingesteld is het eindoordeel nog niet in zicht. U doet er daarom verstandig aan om de rechten van uw cliënt veilig te stellen door bij de aangifte OVB in elk geval een beroep te doen op de vrijstelling.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief