Het hof stelt de SNCU in het ongelijk en veroordeelt haar in de proceskosten. Hiermee is een einde gekomen aan een procedure die bijna 10 jaar heeft geduurd. Het bedrijf werd hierin bijgestaan door de adviseurs van Fiscount: mr. Savannah Snellenburg en Hans Tabak en in hoger beroep vertegenwoordigd door mr. David Lagarrique.
Onderzoek
De SNCU startte het onderzoek in 2008, waarbij het bedrijf steeds ontkende een uitzendbureau te zijn. In 2011 stelde de SNCU zelfs dat zij tips had gekregen dat de cao niet werd nageleefd. De VRO en Providius hebben een onderzoek ingesteld waarbij zij vooral zijn afgegaan op hun eigen interpretatie van de stukken. Het bedrijf heeft meerdere malen aangeboden een onderzoek te laten instellen bij de opdrachtgevers. De SNCU weigerde echter om daaraan mee te werken. Volgens de SNCU is zij niet bevoegd om een dergelijk onderzoek in te stellen en heeft een onderzoek geen zin meer als dat een aantal jaren na de controleperiode plaatsvindt. Volgens het hof komt dit voor rekening van de SNCU.
Vraagstelling en bewijslast
De volgende vraag moest hier worden beantwoord: is er sprake van werkgeversgezag van de opdrachtgever(s) over de werknemers van het bedrijf, zodanig dat deze werknemers de arbeid verrichten onder toezicht en leiding van deze opdrachtgever(s)? Dat moest worden vastgesteld aan de hand van feiten en omstandigheden.
De stelplicht en de bewijslast liggen bij de SNCU. Daarbij merkt het hof nog op dat als er sprake is van aanneming van werk, er per definitie geen sprake is van uitzending. Het is echter niet aan het bedrijf om aan te tonen dat er sprake is van aanneming van werk. Ook is het niet aan haar om aan te tonen dat er sprake is van contracting.
Leiding en toezicht gedelegeerd
Tijdens de uit te voeren werkzaamheden was een voorman van het bedrijf aanwezig op de werkvloer. De voorman beheerst zowel de Nederlandse als de Poolse taal. Hieruit leidt de SNCU af dat de voorman feitelijk de leiding en het toezicht op de werknemers gedelegeerd heeft gekregen van de opdrachtgevers, omdat zij wegens een taalbarriëre niet met de werknemers konden communiceren. Het hof kan de SNCU hierin niet volgen, omdat daarvoor een deugdelijke feitelijke onderbouwing ontbreekt. De SNCU heeft immers niet onderzocht hoe het feitelijk werkgeversgezag werd uitgeoefend.
Voor het overige heeft de SNCU alleen feiten en omstandigheden aangevoerd die niet alleen kunnen voorkomen bij uitzendovereenkomsten, maar ook bij overeenkomsten van opdracht die geen uitzendovereenkomsten zijn. Volgens de SNCU zijn de omschrijvingen van de uit te voeren werkzaamheden zó summier, dat de werknemers deze niet zelfstandig en zonder nadere aanwijzingen kunnen uitvoeren. Het bedrijf heeft hiertegen ingebracht dat deze opdrachtomschrijvingen passen bij haar bedrijfsuitoefening: zij vulde de werkzaamheden voor een deel zelf in en instrueerde vervolgens haar werknemers.
Ook al zou het bedrijf uitzendovereenkomsten sluiten met haar opdrachtgevers, dan staat daarmee nog niet vast dat het bedrijf onder de werkingssfeer van de cao’s valt. Daarvoor dient de SNCU ook te bewijzen dat de omvang van de uitzendloonsom ten minste 50 procent bedraagt van het totale premieplichtig loon op jaarbasis van haar onderneming.
De SNCU heeft ons laten weten dat zij de uitspraak niet op haar website zal plaatsen. Voor ons des te meer reden om u te informeren.