Het Hof Amsterdam oordeelde in voornoemde uitspraak dat de Wet en het Bestluit financiering sociale verzekeringen onverbindend zijn. Tenminste, voor zover die regelgeving een terugwerkende kracht heeft die zich niet laat verenigen met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Dit heeft specifiek betrekking op gedane ziekmeldingen en ingegane uitkeringen vóór de indiening van het toenmalige wetsvoorstel – 23 april 2012 – bij de Tweede Kamer. Het is op dit moment nog niet bekend of de Belastingdienst cassatie bij de Hoge Raad zal instellen.
Opslag premie Werkhervattingskas
In de betreffende uitspraak ging het om een grote werkgever die een werknemer in dienst had met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (van 1 januari 2011 tot 1 januari 2012) tegen een jaarloon van € 35.000. De ex-werknemer was ziekgemeld op 6 november 2011 en het UWV betaalde over het jaar 2012 uitkeringen uit krachtens de Ziektwet (Zw). Deze Zw-uitkeringen leidden ertoe dat de werkgever over het jaar 2014 een opslag in de premie Werkhervattingkas van € 40.000 moest betalen. Kortom, meer dan het jaarloon van de ex-werknemer. De werkgever voerde onder meer aan dat er bij de indiensttreding van de werknemer geen rekening kon worden gehouden met toekomstige hogere premielasten. Het Hof Amsterdam honoreert dit standpunt van de werkgever op grond van verdragsbepalingen, waar het de Wet financiering sociale verzekeringen betreft.
Overzicht
- Een vangnetter die op of na 1 januari 2012 maar voor 23 april 2012 een ZW-uitkering krijgt, kan – als hij ziek blijft – na de wachttijd van 104 weken ook nog een WGA-uitkering hebben ontvangen. Beide uitkeringen werken samen maximaal 12 jaren door in de premie Werkhervattingskas. Voor grote en middelgrote werkgevers kunnen de financiële gevolgen fors zijn.
- Voor eigenrisicodragers Zw en WGA geldt een vergelijkbaar systeem. Alleen werken de uitkeringen voor hen niet door in de premie Werkhervattingskans, maar betalen zij deze zelf, om ze vervolgens meestal bij een verzekeraar te declareren.
- Voor kleine werkgevers kunnen de Zw- en WGA-uitkering ook betrokken zijn bij de hoogte van de vastgestelde vaste sectorpremies voor de premie Werkhervattingskas. Deze vaste sectorpremies vloeien voort uit de jaarlijkse Besluiten gedifferentieerde premie Werkhervattingskas van het UWV. Dit kan de grondslag hebben gevormd voor te hoog vastgestelde percentages aan sectorpremies voor kleine werkgevers.
- Het Hof Amsterdam overweegt dat de uitspraak ook zou kunnen gelden voor Zw- en WGA-uitkeringen aan vangnetters (ex-werknemers), die voor 1 januari 2014 zijn ingegaan.
Tip
Heeft u grote of middelgrote werkgevers als cliënt die voor vangnetters – zowel voor de Zw als voor de WGA – gedurende maximaal 2 jaren respectievelijk 10 jaren zijn c.q. worden geconfronteerd met een hogere premie Werkhervattingskas? Als dit voortvloeit uit Zw- of WGA-uitkeringen die zijn ingegaan voor 23 april 2012, kunnen zij op basis van de uitspraak van Hof Amsterdam bezwaar instellen tegen de beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2018. Zo nodig kunnen zij daarna beroep instellen bij een rechtbank of, bij hoger beroep, bij een gerechtshof.