Een product kan een geneesmiddel zijn op grond van de aandiening (het aandienings- of presentatiecriterium) of op grond van zijn werking (het toedieningscriterium). Een product voldoet aan het aandieningscriterium als het een therapeutische werking claimt te hebben tegen ziekten of gebrek, wond of pijn, of doordat de presentatiewijze die indruk wekt bij de gemiddelde consument. Dit blijkt uit de gebruikte teksten, verpakkingen en de uitstraling van de producten.

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:2560) besliste vorig jaar november dat dit aandieningscriterium ruim moet worden uitgelegd. Hieraan wordt voldaan als op het product expliciet wordt aangegeven dat het een therapeutische of profylactische werking heeft. De consument zal deze vermeldingen zo interpreteren dat deze middelen bescherming bieden en verbranding (zonnebrandolie) en gaatjes (tandpasta) voorkomen. Volgens de Hoge Raad zijn zonnebrandoliën en fluorhoudende tandpasta’s daarom geneesmiddelen.

Beperking begrip geneesmiddel

De beperking van het begrip geneesmiddel moet minder discussie opleveren over de vraag welke middelen onder het verlaagd tarief vallen. In 2015 werd in het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2016’ ook voorgesteld om de definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ op een vergelijkbare wijze te beperken. Dit voorstel werd toen ingetrokken. Tijdens de parlementaire behandeling stelde de staatssecretaris namelijk vast dat er ook middelen zijn die de handelsvergunning niet hebben, maar waarop tot nu toe wel steeds het 6%-tarief mocht worden toegepast. Hij heeft toen de voorgestelde beperking van het begrip geneesmiddel ingetrokken. Die situatie is er nu nog steeds, vandaar dat hij wellicht aan de definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ heeft toegevoegd ‘of als zij daarvan uitdrukkelijk zijn vrijgesteld’.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief