Het hof oordeelt hiermee anders dan Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Die oordeelde namelijk dat herziening van de btw in de opfokkosten wel mogelijk was. De rechtbank bepaalde de grondslag voor de btw-aftrek aan de hand van de kostprijs van het vee volgens de normbedragen die zijn vastgesteld in het Landelijk Overleg Omzetbelasting. Daarvan betreft 6/106ste deel btw.

Strijd nog niet gestreden
Opvallend is het oordeel van het hof dat niet kan worden afgeschreven op de opfokkosten. De Belastingdienst schrijft immers normen voor aan landbouwers over hoe zij de afschrijving moeten berekenen, waarbij ook rekening gehouden wordt met de opfokkosten. De vof meent dan ook dat er voldoende mogelijkheden zijn om door te strijden en stelt cassatie in tegen deze uitspraak.

Tip
Dit biedt mogelijk ook voor uw cliënt nog perspectief. U kunt in elk geval voor veeboeren die minder dan 5 jaar geleden opteerden voor de normale btw-regels verzoeken om herziening van de btw in de opfokkosten van de op de optiedatum aanwezige binnen het eigen bedrijf voortgebrachte jongvee en melkkoeien of ander vee dat voor belaste prestaties wordt gebruikt.

Overgangsregeling bij afschaffing landbouwregeling
Ook in het kader van de afschaffing van de landbouwregeling per 1 januari 2018 is de uitkomst van deze procedure van belang. Landbouwers kunnen immers in 2018 in één keer de aftrek van voorbelasting herzien. In afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad kan het standpunt worden ingenomen dat de btw in de opfokkosten ook in aanmerking moet komen voor herziening. Voor vragen kunt u contact opnemen met onze btw-adviseur. 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief