Een voorbeeld om dit te verduidelijken: A en B gaan in 2018 trouwen. A heeft een vermogen van 500 en B een vermogen van 200. Zij maken huwelijkse voorwaarden, gebaseerd op een gemeenschap van goederen met gelijke delen. A sluit zijn voorhuwelijks vermogen in, B niet. Het totaal vermogen bedraagt 700, zodat er schenkingsaspecten om de hoek komen kijken als B meer verwerft dan 350. De gerechtigdheid van B neemt toe: van 200 (privévermogen) naar 450 (200 privévermogen plus 50% in gemeenschap van 500). A moet dus schenkbelasting betalen over 450 – 350 = 100.

Wanneer A een deel van zijn vermogen met een uitsluitingsclausule zou hebben verkregen, verlaagt dat het totaal. En daarmee dus ook het bedrag dat B zonder schenkbelasting kan verwerven. In dat geval kan A het geclausuleerd vermogen overigens ook niet inbrengen in de gemeenschap.

Tip
Heeft u cliënten die na 1 januari 2018 gaan trouwen en over enig privévermogen beschikken? Breng in dat geval vooraf de civielrechtelijke en fiscale gevolgen voor hen in kaart. Soms zijn aanvullende huwelijkse voorwaarden geen overbodige luxe! 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief