Heeft een rechtspersoon daadwerkelijk een juridische of feitelijke verplichting ten aanzien van een tekort bij een pensioenfonds of levensverzekeringsmaatschappij? In dat geval moet – indien het bedrag betrouwbaar is in te schatten – hiervoor een voorziening worden gevormd. Het moet dan wel gaan om tekorten die op een andere wijze zijn ontstaan dan door een financieringsachterstand.
Een bijzondere situatie kan zich voordoen indien het pensioenfonds waarbij een onderneming is aangesloten een forse onderdekking heeft, maar waarbij de voornoemde juridische of feitelijke verplichting om iets bij te storten (nog) niet bestaat. Afhankelijk van de precieze voorwaarden van de pensioenregeling kan dit betekenen dat de pensioenlasten voor de onderneming in de toekomst relatief sterk kunnen stijgen. Hiervoor mag echter geen voorziening worden gevormd. Voor een juist beeld van de financiële positie en vooruitzichten van de onderneming kan het dan wel nuttig zijn om de (te) lage dekkingsgraad op te nemen in de toelichting van de jaarrekening.