Kijken we bij materialiteit naar het kwantitatieve aspect, dan kan 'de materialiteit' te snel gezien worden als een objectieve waarheid, die aan de hand van een formule simpel op basis van een paar grootheden is af te leiden. Om te beginnen verschilt het per situatie welke grootheden het meest relevant zijn. Bij de ene onderneming kunnen de omzet en de brutomarge uit de jaarrekening het belangrijkst zijn, bij een andere onderneming de omvang van het garantievermogen, of bij een derde de cashflow c.q. de liquiditeit. Ook allerlei andere factoren kunnen relevant zijn, zoals:

  • de branche; 
  • wie de belangrijkste gebruikers van de jaarrekening zijn; 
  • de financieringswijze van de onderneming; en 
  • of het een holding of een werkmaatschappij betreft.

Nadat de verantwoordelijke professional heeft bepaald welke grootheden (het meest) relevant zijn, kan er bij de start een vuistregel worden losgelaten op die grootheid of grootheden. Daarna zal hij of zij echter op basis van de hele situatie moeten beredeneren in hoeverre de uitkomst van het toepassen van die vuistregel naar boven of naar beneden moet worden bijgesteld. 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief