De zaak betreft een Belgisch bedrijf dat gebruikmaakte van Bulgaarse werknemers in dienst van Bulgaarse ondernemingen die in het bezit waren van E101-verklaringen. De Belgische autoriteiten constateerden dat de Bulgaarse ondernemingen die de werknemers detacheerden, geen activiteiten van betekenis uitoefenden in Bulgarije. Het Belgische orgaan had aan het Bulgaarse orgaan een verzoek gedaan om de E101-verklaringen te heroverwegen en in te trekken, gezien de verkregen gegevens in het kader van een gerechtelijk onderzoek. Daaruit kon worden afgeleid dat deze verklaringen frauduleus waren verkregen of ingeroepen. Het Bulgaarse orgaan deed echter niets met deze gegevens. Het hof overweegt dat:

  • de verklaringen buiten beschouwing kunnen worden gelaten; en
  • de rechter dient ‘te bepalen of de personen die ervan worden verdacht onder de dekmantel van frauduleus verkregen verklaringen een beroep te hebben gedaan op gedetacheerde werknemers, aansprakelijk kunnen worden gesteld op grond van het toepasselijke nationale recht’.

Door deze uitspraak lopen Nederlandse opdrachtgevers die werknemers inlenen van buitenlandse ondernemingen het risico dat zij ondanks een A1-verklaring toch premies moeten betalen in Nederland. Op de grond van de inlenersaansprakelijkheid zijn zij daarvoor aansprakelijk. De Nederlandse opdrachtgever zou zich ervan moeten overtuigen dat de A1-verklaring terecht is afgegeven.

Voor advies over internationale loon- en premieheffing kunt u contact opnemen met:
Hans Tabak, adviseur loonheffingen (h.tabak@fiscount.nl).

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief