De Hoge Raad schept met deze uitspraak en een andere uitspraak van dezelfde datum in de zaak van een ondernemer met een interieurwinkel, meer duidelijkheid over het toepassingsbereik van de verlengde navorderingstermijn (16, lid 4 AWR).
Voorwaarden toepassing artikel 16, lid 4 AWR
- De verlengde navorderingstermijn geldt voor in het buitenland gehouden vermogensbestanddelen en in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen.
- Is de verlengde navorderingstermijn toegepast op één vermogensbestanddeel of één inkomensbestanddeel, dan geldt de verlengde navorderingstermijn niet voor andere bestanddelen van dat vermogen of inkomen.
- Er moet steeds per bestanddeel worden beoordeeld of dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen.
- De verlengde navorderingstermijn geldt niet voor verzwegen inkomsten in Nederland, die daarna buiten het zicht van de Nederlandse Belastingdienst zijn overgebracht naar een buitenlandse bankrekening. Inkomsten waarvan de ontvangst of de verwerving geen enkel aanknopingspunt heeft met het buitenland, zijn niet opgekomen in het buitenland. Ook het tijdsverloop tussen de ontvangst en het overboeken naar het buitenland is hiervoor niet relevant;
- De omkering en verzwaring van de bewijslast zien niet op de verlengde navorderingsbevoegdheid van de inspecteur. Dit middel is slechts bedoeld om tegemoet te komen aan de bewijsproblemen van de Belastingdienst als de belastingplichtige geen informatie verstrekt.