het recht op ontbinding komt alleen toe aan wederkerige overeenkomsten. een borgtochtovereenkomst is echter een verbintenis die alleen de borg op zich neemt, waarmee het dus een eenzijdige overeenkomst is. daar staan geen prestaties van de bank tegenover, zoals artikel 6:261 bw van een wederkerige overeenkomst eist. dat uit de borgtochtovereenkomst ook verplichtingen voor de bank kunnen voortvloeien, zoals de zorgvuldigheidsverplichting, maakt de overeenkomst niet wederkerig. dit betekent niet dat met het niet nakomen van die verplichting een grond voor ontbinding van de borgtochtovereenkomst wordt verkregen. wel zou er dan eventueel recht kunnen bestaan op een schadevergoeding.

(gedeeltelijke) ontbinding onder omstandigheden
toch geeft de hoge raad aan dat een (gedeeltelijke) ontbinding onder omstandigheden wel mogelijk is. wanneer namelijk in verband met de borgtocht ook de bank verplichtingen is aangegaan die zo nauw samenhangen met de verbintenis van de borg, dat er sprake is van een rechtsbetrekking die strekt tot het over en weer verrichten van prestaties. in dat geval zijn de rechten die gelden voor wederkerige overeenkomsten (zoals het recht op ontbinding) ook van toepassing op deze, andere rechtsbetrekking. in de onderhavige zaak was daarvan geen sprake.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief