de lau werd omgezet naar een vervolguitkering wga op basis van 65-80% arbeidsongeschiktheid ter hoogte van 50,75% van het wettelijk minimumloon. kortom, een fors lagere uitkering. de uitkeringsgerechtigde stelde uiteindelijk hoger beroep in bij de centrale raad van beroep en deed een beroep op toezeggingen door het klantenconctactcentrum (kcc) van het uwv.

foutieve informatie 
de uitkeringsgerechtigde had op 24 februari 2015 een chatsessie gehouden met een medewerker van het kcc van het uwv. daarin had de kcc-medewerker gezegd dat de uitkering ziektewet meetelt voor de inkomenseis lau van ten minste 50% van de restverdiencapaciteit. ook had deze kcc-medewerker aangegeven dat beëindiging van het dienstverband geen negatieve gevolgen zou hebben voor het recht op een lau. de uitkering zou dus 70% van het wia-maandloon blijven, óók vanaf 1 april 2015. het uwv bestreed deze toezegging door een kcc-medewerker niet. de uitkeringsgerechtigde deed dan ook een beroep op het door het uwv opgewekte vertrouwen dat de uitkering niet zou wijzigen. het uwv en de rechtbank zeeland-west-brabant verklaarden de bezwaren van de uitkeringsgerechtigde ongegrond. in het algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (aib) staat immers dat de uitkering ziektewet voor de inkomenseis in artikel 60, lid 1 van de wia slechts meetelt, zolang de dienstbetrekking voortduurt op grond waarvan het recht op die uitkering ontstond. nu het dienstverband per 1 april 2015 was geëindigd, telde de uitkering ziektewet niet langer mee voor de inkomenseis.

oordeel centrale raad van beroep
de centrale raad van beroep stelde dat voor een beroep op het vertrouwensbeginsel vereist is dat van de kant van het tot beslissen bevoegd orgaan (in dit geval het uwv) uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan, die bij de betrokkene gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. de centrale raad van beroep stelde verder dat vaststaat dat de kcc-medewerker van het uwv onjuiste informatie heeft verstrekt over het recht op een lau. de kcc-medewerker was niet bevoegd om namens het uwv te beslissen over het recht op uitkering en daarover mededelingen te doen. ook had de kcc-medewerker niet de indruk gewekt dat hij daartoe wel bevoegd was. de uitkeringsgerechtigde verloor het hoger beroep.

commentaar
veel uitkeringsgerechtigden – maar ook werkgevers – benaderen via 0900-telefoonnummers het kcc van het uwv voor (gratis) informatie in plaats van (wetstechnische) deskundigen van het uwv of externe deskundigen. in de zaak bij de centrale raad van beroep is nu aangetoond dat het voorkomt dat medewerk(st)ers van het kcc onjuiste mededelingen (kunnen) doen, waardoor de uitkeringsgerechtigde of werkgever met lege handen achterblijft.

tip

deze rechtszaak toont de noodzaak aan om bij belangrijke informatie over uitkeringsrechten, re-integratie, loonsancties, toerekening van zw- of wga-uitkeringen voor de gedifferentieerde premie werkhervattingskas, etc. schriftelijk een deskundige van het uwv of een externe deskundige om advies te vragen. informeer desgewenst bij onze adviseurs sociale zekerheid, mr. joyce paashuis, j.paashuis@fiscount.nl of ron van baarlen, r.baarlen@fiscount.nl.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief