de inspecteur baseert zijn standpunt op het ontbreken van investeringsplannen op korte termijn en op de vaste lasten en de lopende balansverplichtingen. het hof vindt dat te kort door de bocht. bij de beoordeling of de aangehouden liquide middelen tijdelijk of duurzaam overtollig zijn, moeten ook toekomstige onzekerheden worden meegewogen. zo heeft de compagnon van de advocaat aangegeven te zullen vertrekken. bovendien zijn toekomstige inkomsten onzeker vanwege bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand, waarvan de advocaat grotendeels afhankelijk is. het hof oordeelt dan ook dat de advocaat de liquiditeiten terecht tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief