het duidelijke – maar niet zo fijne – antwoord van het bft: de wwft wijst simpelweg de ‘beroepsactiviteiten van een accountant’ (maar ook van administratie- en belastingadvieskantoren) aan als vallend onder de wet. dus niet alleen bepaalde specifieke diensten. ook wijst het bft erop dat je al heel snel signalen van ongebruikelijke transacties kunt oppikken – zelfs wanneer je alleen salarisberekeningen uitvoert voor een cliënt. zo kan bijvoorbeeld het salaris van een medewerker opeens sterk worden verhoogd, om de maand daarna weer te worden verlaagd naar het oude niveau (heeft er soms iemand een stevige hypotheek nodig?).
afgeleide identificatie
klein lichtpuntje: het accountantskantoor hoeft niet zelf de identificatie van de eindcliënten te verrichten, maar kan zich baseren op een ‘afgeleide identificatie’. hiermee wordt het wwft-cliëntenonderzoek bedoeld, dat het belastingadvieskantoor – als het goed is – ook heeft verricht. lastig daarbij is dat het accountantskantoor moet vaststellen dat het belastingadvieskantoor het cliëntenonderzoek correct heeft uitgevoerd. bovendien moet het accountantskantoor nog steeds zelf ook ‘alle identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens inzake de identiteit van de relevante bestuurders en uiteindelijk belanghebbenden’ in bezit hebben. denk aan kvk-uittreksels en kopieën van identiteitsbewijzen. kortom, het is voor beide partijen zaak om afspraken te maken over de wijze waarop dit het meest efficiënt kan worden geregeld.