de derde inhoudelijke wijziging ziet op de uitbreiding van de twaalfde standaardvoorwaarde met een waarderingsbepaling voor de vordering van de bv op de voortzettende aandeelhouder. ook is hieraan toegevoegd onder welke omstandigheden de aandeelhouder na het overgangstijdstip een vordering niet ten laste van de winst uit onderneming (of resultaat uit overige werkzaamheden) mag afwaarderen.