de vennoten van de vof meenden dat het privégebruik niet kon worden belast, omdat het pand niet tot het bedrijf van de vof behoort. achteraf bezien zou dan alle btw ten onrechte in aftrek zijn gebracht, maar er kan dan geen sprake zijn van belast privégebruik. de vennoten verwijzen daartoe naar het arrest van de hoge raad van 30 oktober 2015, ecli:nl:hr:2015:3175. dit arrest betrof een echtpaar en hun dochter, die in maatschapsverband een champignonkwekerij exploiteerden. het echtpaar liet een nieuwe woning bouwen. toen deze werd opgeleverd, nam de maatschap een gedeelte als kantoorruimte gratis in gebruik. de maatschap claimde vervolgens aftrek van alle btw op de bouwkosten. dat kon niet, oordeelde de hoge raad. dat de maatschap een deel van de woning gebruikte voor bedrijfsdoeleinden betekende nog niet dat de woning een investeringsgoed van de maatschap was dat tot haar ondernemingsvermogen behoorde. voor het privégedeelte bestond geen aftrek van de btw die aan het echtpaar in rekening was gebracht. slechts 10% van de btw op de bouwkosten was aftrekbaar in plaats van alle btw. dit percentage was het gedeelte van de woning dat de maatschap zakelijk gebruikte. de woning was geen investeringsgoed van de maatschap, maar van het echtpaar. aan hen was de woning ook opgeleverd en aan hen was ook de btw op de bouwkosten in rekening gebracht.
geen appels met peren vergelijken
de rechtbank oordeelt in de onderhavige zaak echter dat de situatie van de vof niet gelijk is aan die van de maatschap. in die zaak was namelijk sprake van een maatschap van drie maten (vader, moeder en dochter), die gebruikmaakte van een pand dat eigendom was van slechts twee maten. dan is het logisch dat wordt geoordeeld dat de maatschap van drie maten het pand niet zowel privé als zakelijk gebruikt. in de onderhavige zaak zijn de vennoten van de vof dezelfde personen als de eigenaren van het pand. er is volgens de rechtbank geen aanwijzing dat de hoge raad ook in deze situatie wil afwijken van de hoofdregel die is gebaseerd op het charles en charles-tijmens-arrest. op grond van dit arrest mag een ondernemer namelijk een investeringsgoed dat deels voor bedrijfsdoeleinden en deels voor andere doeleinden wordt gebruikt, volledig bestemmen voor zijn onderneming en ter zake van de aanschaf van dat goed verschuldigde btw volledig aftrekken. daarbij mag het goed worden bestemd als een tot het bedrijf behorend goed.
claim volledige aftrek voorbelasting
op grond van dit arrest heeft de vof in de onderhavige zaak direct de volledige aftrek van voorbelasting op de bouwkosten geclaimd. daarmee heeft zij volgens de rechtbank het standpunt ingenomen dat sprake is van een investeringsgoed, dat zij zowel zakelijk als privé gebruikte. dit is hier wel mogelijk, in tegenstelling tot de zaak van 30 oktober 2015. vervolgens houdt – op grond van het arrest van het eu-hof van justitie van 12 februari 2009, ecli:eu:c:2009:88 – de keuze van de vof om de btw volledig in aftrek te brengen in dat zij het goed voor de onderneming heeft bestemd. het privégebruik kan daarom worden belast als belastbare dienst.
tijdens deze beroepsprocedure is de wetgeving ingrijpend gewijzigd. sinds 1 januari 2011 is de volledige aftrek van btw op de aankoop of bouwkosten van een woon/werkpand namelijk niet meer mogelijk.
overgangsregeling nog steeds van belang
voor bestaande woon/werkpanden is per 1 januari 2011 een overgangsregeling getroffen. op deze panden zijn de oude regels – zoals in de onderhavige zaak – onveranderd van toepassing gebleven. de tot eind 2010 al genoten btw-aftrek op de aankoop of bouwkosten van het woon/werkpand blijft in stand. bovendien moet ook ná 1 januari 2011 jaarlijks het feitelijk privégebruik worden aangegeven voor de nog resterende herzieningsperiode (uiterlijk tot en met 2019).
let op
het btw-tarief voor dit werkelijk privégebruik bedraagt nu 21%. dat jouw cliënt in het verleden aftrek heeft gehad tegen een btw-tarief van slechts 19%, doet daar niet aan af.