het heeft voordelen om aan te sluiten bij de genoemde vier niveaus. een gewone cliënt heeft dan geen niveau ‘laag’ maar ‘standaard/normaal’. voor ‘standaard’ cliënten doen intermediairs al van alles qua identificatie. het cliëntdossier bevat id-bewijzen van bestuurders en eigenaren, kvk-uittreksels, statuten, etc. het niveau ‘laag’ is dan te reserveren voor cliënten waar je als kantoor qua identificatie echt minder voor wilt doen, zoals partners van cliënten. en wellicht andere cliënten, waarvoor alleen een eenvoudige ib-aangifte (geen winst uit onderneming, geen belastbaar box-3-vermogen, etc.) wordt verzorgd.

 

mede-identificatie partners

een vervelend nieuw aspect van de vernieuwde wwft is dat ook partners van cliënten (natuurlijk persoon) moeten worden geïdentificeerd indien deze meegaan in de gezamenlijke ib-aangifte. normaal gesproken moet een identificatie in persoon plaatsvinden. kantoren kunnen overwegen om fiscale partners met een eenvoudige fiscale situatie te categoriseren als cliënten met een laag risico. zij kunnen dan in het kantoorbeleid opnemen dat er in dat geval geen identificatie in persoon noodzakelijk is. het opvragen van een kopie id-bewijs is – ter voorkoming van misverstanden – nog wel wenselijk.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief