volgens de hoge raad is dat niet aan de orde, omdat het overgangsrecht niet evident van redelijke grond is ontbloot. de hoge raad leidt dit af uit de beoogde doelen bij de totstandkoming van de artikelen 13bis wet lb en 36c wet lb:
- aansluiten bij actuele ontwikkelingen van factoren met betrekking tot het privégebruik en de kosten van de auto van de zaak die van invloed zijn op de benadering van de gemiddelde waarde van het voordeel van het privégebruik;
- verhinderen dat een auto die voor 2017 in het buitenland in gebruik is genomen wel in aanmerking komt voor de 22%-bijtelling en een auto die voor 2017 in nederland voor het eerst te naam is gesteld niet;
- beperken van de complexiteit van de uitvoering van de regeling;
- rechtszekerheid bieden aan automobilisten die voor 2017 een leasecontract zijn aangegaan tegen het bijtellingstarief, waarvan is uitgegaan bij de keuze van de auto.
tip
attendeer zakelijke rijders die een auto rijden met een bijtelling van 25% erop dat de bijtelling ook na de 60-maandstermijn van het overgangsrecht niet naar 22% gaat, maar 25% blijft.