de vrouw beroept zich nog op de voldoening aan een natuurlijke verbintenis. zij heeft al die jaren gewerkt in de bv van haar man, maar daarvoor nooit een vergoeding ontvangen. daardoor voelde de man zich gedwongen om de vrouw de betaling te doen.
het hof oordeelt echter dat de arbeid van de vrouw gebruikelijk is tussen echtgenoten onderling. van meer dan gebruikelijke arbeid is niets gebleken. bovendien is het niet aannemelijk dat de arbeid van de vrouw € 10 miljoen waard is.