een rechtspersoon houdt op te bestaan als hij op het tijdstip van ontbinding geen baten meer heeft. artikel 2:19, lid 5 bw bepaalt dat een rechtspersoon na ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit nodig is voor de vereffening van zijn vermogen. het bedrijf spreekt de voormalig bestuurder van de bv persoonlijk aan voor betaling van de onbetaald gebleven facturen.

omdat de bv na het ontbindingsbesluit direct is opgehouden te bestaan, heeft geen vereffening plaatsgevonden. daarom kan de voormalige bestuurder niet worden verweten dat hij heeft nagelaten het transportbedrijf bij de verdeling te betrekken.

 

‘beklamel-norm’

het bedrijf beroept zich ook op de zogenoemde ‘beklamel-norm’. dit betreft een uitzondering op het uitgangspunt dat alleen de vennootschap zelf aansprakelijk is voor het nakomen van haar verbintenissen. deze uitzondering geldt in bijzondere omstandigheden en geeft ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder. de bestuurder moet persoonlijk een ernstig verwijt  kunnen worden gemaakt. dit ernstige verwijt is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.

 

geen persoonlijke aansprakelijkheid

een beroep op de ‘beklamel-norm’ snijdt hout als blijkt dat:

  • de bv zich ten tijde van het aangaan van de betalingsverplichting in een uitzichtloze situatie bevindt; en
  • de bestuurder hierdoor moet weten dat zijn handelen schade zal toebrengen aan de desbetreffende schuldeiser.

 

de voormalig bestuurder heeft uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist dat hij opdrachten aan het transportbedrijf heeft verstrekt, terwijl hij wist dat hiervoor niet zou worden betaald. het doek viel namelijk pas echt voor de bv toen zij haar grootste opdrachtgever verloor. de voormalig bestuurder heeft volgens de kantonrechter daarom niet onrechtmatig gehandeld.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief