bij het verdelen van de nalatenschap van vader wijken moeder en zoon – ten gunste van de zoon – af van de ouderlijke boedelverdeling, die in het testament van vader was opgenomen. moeder heeft daarvoor geen compenserende vergoeding ontvangen. er is dan volgens de rechtbank geen sprake van tegenover elkaar staande verplichtingen. bovendien vloeien niet alle vermogensverschuivingen tussen moeder en zoon voort uit het erfrecht. zo is de koopsom voor de woning van moeder deels kwijtgescholden voor zover de koopsom de onderbedelingsvordering van de zoon overtrof. de kwijtschelding is een schenking. ook de renteafspraken tussen moeder en zoon die in 2004 in een onderhandse akte zijn vastgelegd, kunnen niet als een erfrechtelijke verkrijging worden aangemerkt, maar als een schenking. de inspecteur heeft daarom de afwijkingen van het testament van vader bij het overlijden van de moeder terecht belast als fictieve voordelen van de zoon.