de drie voorwaarden uit het baksteenarrest op grond waarvan er een voorziening mag worden gevormd voor toekomstige uitgaven zijn:

  1. de uitgaven moeten hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan in de periode voorafgaand aan de balansdatum;
  2. die toekomstige uitgaven moeten ook overigens aan die periode kunnen worden toegerekend;
  3. er moet een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de toekomstige uitgaven zich zullen voordoen.

 

de stelling van de dga strandde op de laatste voorwaarde. de maatschappelijke ontwikkeling dat werknemers niet meer hun hele leven lang bij dezelfde werkgever werken, is daarvoor onvoldoende. de voorziening voor de transitievergoedingen is daarom terecht geweigerd.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief