de rechtbank baseert zijn oordeel op de volgende overwegingen:

  • de dga beschikt over bijzondere kennis van de aan- en verkoop van panden. hij doet in privé feitelijk hetzelfde wat hij – als enig werknemer – in zijn bouw-bv doet: de aan- en doorverkoop van opgeknapte panden;
  • de korte periode tussen de aankoop en de verkoop van de panden;
  • de ontbrekende onderbouwing voor de stelling van de dga dat hij het eerste pand wilde verhuren, maar door geldgebrek toch tot verkoop is overgegaan en de stelling dat hij het tweede pand aanvankelijk had gekocht voor zelfbewoning.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief