de uitspraak van de hoge raad waar de zonnepaneelhouder zich op beroept heeft eveneens betrekking op een zaak waarin een zonnepaneelhouder aanvankelijk geen btw-teruggaaf kreeg, vanwege een teruggaafverzoek dat te laat zou zijn ingediend. de hoge raad oordeelde in die zaak dat deze conclusie onjuist was en wees op de volgende punten:

  • de nederlandse wetgeving kent geen verplichting voor een belastingplichtige om opgave te doen van het begin van zijn/haar activiteiten als belastingplichtige, zoals dat is opgenomen in artikel 213 btw-richtlijn.
  • de awr bepaalt dat een btw-ondernemer slechts een verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van btw-aangifte hoeft in te dienen als de verschuldigde btw de aftrekbare btw overtreft. dat de zonnepaneelhouder op grond van de artikelen 14, 15, 17 en 31, lid 1 wet ob niet tijdig bij aangifte een verzoek om teruggaaf heeft gedaan, kan daarom niet aan hem worden tegengeworpen.
  • artikel 31, lid 1 wet ob schrijft bovendien niet méér voor dan dat het teruggaafverzoek moet worden gedaan bij de aangifte over het tijdvak waarin het teruggaafrecht is ontstaan. de man heeft het teruggaafverzoek tijdig ingediend, waardoor hij recht heeft op btw-teruggaaf.

formele redenen

het probleem van de zonnepaneelhouder in de onderhavige zaak is dat hij niet in beroep is gegaan tegen de afwijzing van zijn oorspronkelijke teruggaafverzoek uit 2014. in plaats daarvan heeft hij wel beroep aangetekend tegen de afwijzing van zijn suppletieaangifte uit 2017. in deze procedure acht de rechtbank het beroep van de zonnepaneelhouder op basis van het formele recht niet-ontvankelijk dan wel ongegrond. de rechtbank is onbevoegd om een oordeel te geven over de ambtshalve beslissing van de inspecteur.

wel erkent de rechtbank dat de zonnepaneelhouder het effect van het formele recht in deze situatie als onrechtvaardig kan ervaren. de inspecteur heeft ter zitting dan ook toegezegd bij het ministerie navraag te doen over de uitwerking van het geldende beleid in een geval als dit. of dit de zonnepaneelhouder verder zal helpen, is niet te zeggen

 tip

voor 1 januari 2019 gold er voor de btw-teruggaaf op zonnepanelen geen uiterste termijn. daarin is verandering gekomen. de teruggaaf moet sindsdien worden aangevraagd binnen zes maanden na afloop van het jaar waarin de panelen zijn aangeschaft. heeft jouw cliënt de panelen vóór 2019 gekocht, dan kan hij/zij in elk geval de btw nog tot 1 juli 2019 terugvragen, ongeacht het jaar waarin de zonnepanelen zijn aangeschaft.

 

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief