de centrale raad van beroep vernietigde het standpunt van het uwv op twee gronden. ten eerste stelde de centrale raad van beroep dat partijen het erover eens waren dat de betreffende behandeling was voorgeschreven door een in het big-register geregistreerde arts. volgens de standaard van het uwv voor medische urenbeperkingen wordt rekening gehouden met een behandeling op indicatie van een medisch of paramedisch beroepsbeoefenaar (big-geregistreerd). om deze reden is het standpunt van het uwv – dat er met de betreffende behandeling op grond van de standaarden geen rekening behoefde te worden gehouden – niet te volgen.
feitelijk minder uren
ten tweede – en dat is wellicht de belangrijkste overweging – stelde de centrale raad van beroep dat partijen het er ook over eens waren dat de betreffende persoon feitelijk minder uren per week voor arbeid beschikbaar was. om die reden valt niet in te zien op welke gronden de betrokkene volgens het uwv fulltime voor arbeid beschikbaar zou zijn. ook om die reden vernietigde de centrale raad van beroep het standpunt van het uwv.
commentaar
deze uitspraak van de centrale raad van beroep verdient complimenten en is om meerdere redenen een doorbraak. het uwv dient op grond van artikel 4, lid 2 van het schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten een medisch oordeel te geven aan de hand van algemeen aanvaarde verzekeringsgeneeskundige onderzoeksmethoden. de betreffende behandeling leek daar niet aan te voldoen. in zoverre was het standpunt van het uwv te begrijpen.
de centrale raad van beroep meent echter dat ook medisch omstreden behandelingen aan dit voorschrift – overgenomen in de standaarden van het uwv – voldoen, indien een in het big-register geregistreerde arts de behandeling voorschrijft. ten tweede sluit de centrale raad van beroep aan bij de feitelijke situatie dat de betrokkene door de behandeling nu eenmaal niet fulltime voor arbeid beschikbaar is. het uwv zal bij medische oordelen voortaan meer rekening moeten houden met de feitelijke situatie.