er is hier sprake van een terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.91 wet ib 2001. dit artikel is onder meer bedoeld voor de situatie, waarin de man en de vrouw zich bevinden. het woon-winkelpand:
- is namelijk mede-eigendom van beide echtgenoten;
- behoort niet tot de huwelijksgemeenschap; en
- wordt ter beschikking gesteld aan de onderneming van de echtgenote.
zouden de man en de vrouw in algehele gemeenschap van goederen getrouwd zijn, dan heeft het ter beschikking stellen van vermogen tussen hen geen fiscale betekenis. deze terbeschikkingstelling wordt ook niet in het resultaat uit overige werkzaamheden betrokken. wendt de vrouw in dat geval de winkelruimte aan voor haar onderneming, dan zijn daarop de normale regels van vermogensetikettering van toepassing. bij andere vormen van huwelijksvermogensrecht is het wel mogelijk dat echtgenoten vermogensbestanddelen bezitten buiten de goederengemeenschap. in dat geval kan de terbeschikkingstellingsregeling wel van toepassing zijn, zoals in de situatie van de man en de vrouw.