de hoge raad oordeelt dat de man het bedrag van € 1,5 miljoen onverschuldigd had overgemaakt naar de derdenrekening van de notaris. het bedrag was weliswaar bestemd voor de agiostorting, maar een verplichting daartoe bestond toen (nog) niet. de hoge raad acht het niet van belang dat het gehele bedrag binnen enkele weken is overgemaakt van de derdenrekening naar een rekening van de bv. ook is het niet relevant dat de notaris – op grond van artikel 25 wet op het notarisambt – bij uitsluiting bevoegd is om over een derdenrekening te beschikken en deze te beheren.
tip
de bedoeling van de man was volstrekt duidelijk. helaas had zijn belastingadviseur de formele uitvoering niet goed geregeld. hierdoor moest de man de box-3-heffing over het gestorte bedrag toch betalen. dit had eenvoudig kunnen worden voorkomen door de aanvaarding van de verplichte agiostorting schriftelijk vast te leggen. dat kan in de oprichtingsakte, de statuten van de bv of in een overeenkomst.