de belastingplichtige stelt zich op het standpunt dat de inspecteur artikel 3.29 buiten toepassing had moeten laten. hij voert hiertoe aan dat er door de toepassing van het genoemde artikel een winst ontstaat, die in werkelijkheid niet is gemaakt. immers, de marktrente lag in dat jaar onder de 4%. de rechter oordeelt terecht dat de wetgever de bevoegdheid heeft om dergelijke voorschriften op te stellen. dit ondanks het feit dat de waarderingswijze van artikel 3.29 strijdig is met het realiteitsbeginsel van het goed koopmanschap. een juiste beslissing van de rechter, in een kwestie die sinds 2010 alleen maar meer onder vuur is komen te liggen. immers, de huidige marktrente beweegt zich rond de 0%!