ook is niet gesteld noch aannemelijk geworden dat de werknemer voor dat verblijf in het buitenland wel in aanmerking had kunnen komen voor de toepassing van de 30%-regeling.
commentaar
de parlementaire geschiedenis van artikel 10e, vierde lid van het ublb vermeldt onder meer het volgende: ‘de wijzigingen in de 30%-regeling die met ingang van 1 januari 2012 zijn ingevoerd, bleken een onbedoeld effect te hebben voor ingekomen werknemers die na een periode van verblijf en tewerkstelling in nederland onder de 30%-regeling een periode in het buitenland verblijven en na die periode weer terugkeren naar nederland en dan door de toepassing van de grens van 150 kilometer niet meer in aanmerking komen voor de 30%-regeling. dit onbedoelde effect wordt met de hier opgenomen wijzigingen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2012 ongedaan gemaakt.’
bij de artikelsgewijze toelichting staat bovendien dat de uitzondering is bedoeld voor ‘de werknemer ten aanzien van wie de 30%-regeling eerder al is toegepast’. volgens de rechtbank blijkt hieruit dat de wetgever wilde voorkomen dat een werknemer de 30%-bewijsregel verliest bij een tijdelijk verblijf buiten nederland binnen de looptijd van de regeling. dat was bij de werknemer niet het geval, omdat eerder geen beschikking was afgegeven voor de 30%-regeling.