het standpunt van de inspecteur – dat de man inkomen moet hebben gehad om de auto te kunnen kopen – bestrijdt de man met de stelling dat hij de auto alleen heeft opgehaald en heeft gekocht in opdracht van een derde. dat de man ook inkomen moet hebben gehad om in zijn levensonderhoud te voorzien, wordt door hem weerlegd met de stelling dat hij daarvoor hulp heeft gehad van vrienden en familie. de rechtbank acht deze stellingen voldoende plausibel en beslist dat de opgelegde aanslagen moeten worden vernietigd.