in maart 2018 worden de servicelevelovereenkomsten gesloten met onderhuurders. daarin is opgenomen dat er met terugwerkende kracht tot 1 juli 2017 sprake is van belaste prestaties in plaats van vrijgestelde verhuur. de belanghebbende maakt vervolgens bezwaar tegen de voldoening op de btw-aangifte over het derde kwartaal van 2017 en claimt teruggaaf van de btw over alle verbouwingskosten. de inspecteur staat slechts een deel van de btw-aftrek toe. hij stelt dat niet kan worden vastgesteld in welke mate het feitelijke gebruik bij ingebruikname afwijkt van de oorspronkelijk gesloten overeenkomst. rechtbank zeeland-west-brabant is het daarmee eens. de belanghebbende maakt niet aannemelijk dat zij bij de ingebruikname van de ruimten btw-belaste prestaties verrichtte. ook maakt zij niet aannemelijk dat zij recht heeft op een hogere btw-teruggaaf dan de inspecteur al heeft verleend bij de uitspraak op bezwaar.