Werkgevers zijn met ingang van 1 januari 2015 verplicht om hun medewerkers met een contract voor bepaalde tijd – dat ten minste zes maanden betreft – minimaal een maand van tevoren schriftelijk te laten weten of hun contract verlengd wordt of niet. Komt de werkgever deze verplichting niet of niet tijdig na, dan heeft de werknemer recht op een aanzegvergoeding. Die is gelijk aan het loon over de periode dat de werkgever te laat is met de aanzegging, maar is wel gelimiteerd tot één maandsalaris.

Commentaar

De werkgever had de ontstane onduidelijkheid in deze zaak dus (gemakkelijk) kunnen voorkomen door de inhoud van het gesprek op 30 maart 2017 schriftelijk vast te leggen. Het hof volgt hier – net als de kantonrechter – de bedoeling van de wet. Van daaruit wordt expliciet schriftelijkheid vereist over de voortzetting of beëindiging van het dienstverband, om onduidelijkheden te voorkomen. De rechter oordeelt in dit verband dan ook dat de rechtszaal geen ruimte aan de werkgever biedt om met aanvullende bewijzen van zijn stelling te komen (bijvoorbeeld door het horen van getuigen). De aanzegvergoeding is verschuldigd.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief