De RJ benadrukt de noodzaak van het feit dat een conform Titel 9 BW 2 opgestelde jaarrekening een getrouw beeld moet geven. De recente EU-richtlijnen voor jaarrekeningen maken echter duidelijk dat er voor kleine rechtspersonen niet voor niets diverse vrijstellingen gelden ten opzichte van grote en middelgrote ondernemingen. Het getrouwe beeld van de jaarrekening wordt hierbij op sommige punten ondergeschikt gemaakt aan de wenselijkheid om de administratieve lasten voor kleine ondernemingen te beperken.
De RJ is dus gedwongen een stapje terug te doen. In de editie 2017 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen (RJk-bundel) die vorige week verscheen, heeft de RJ expliciet onderscheid gemaakt tussen de wettelijk voorgeschreven toelichtingen en andere (optionele) toelichtingen. Bij die optionele toelichtingen gebruikt de RJ nu de formulering dat een rechtspersoon 'kan overwegen' om die extra informatie op te nemen.
Ingangsdatum
De nieuwe Richtlijnen gelden formeel voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2018. Omdat aanpassingen doorgaans zijn gebaseerd op voortschrijdend inzicht, is het meestal acceptabel om de aanpassingen ook direct toe te passen voor eerdere boekjaren. Dit geldt zeker voor de beperktere toelichtingsvereisten; de RJ geeft immers zelf met zoveel woorden toe de afgelopen jaren te zijn doorgeschoten in de extra gestelde toelichtingsvereisten.