volgens de inspecteur is de fe tussen de bv’s nooit tot stand gekomen door het ontbreken van het aandelenbezit. hij legt daarom aan de bestaande bv een navorderingsaanslag op en herziet de verliesbeschikking.

terugdraaien fe-beschikking

hof den bosch stelt vast dat de wet geen mogelijkheid biedt om een al afgegeven beschikking fe ten nadele van de belastingplichtige (met terugwerkende kracht) te herzien. het hof vraagt zich vervolgens af of onjuiste beschikkingen zonder wettelijke grondslag kunnen worden herzien en zo ja, kan dat dan met terugwerkende kracht? het hof beantwoordt beide vragen in beginsel ontkennend. zou immers – ongeacht de wettelijke redactie – herziening mogelijk zijn, dan zouden alle bepalingen waarin een wettelijke grondslag tot herziening is opgenomen, geen nut hebben.

daarnaast zou het rechtszekerheidsbeginsel worden ondergraven, dat aan de verzoekprocedure van artikel 15 vpb ten grondslag ligt – worden ondergraven. het rechtszekerheidsbeginsel moet slechts wijken als de beschikking is afgegeven op grond van opzettelijk of door grove schuld verstrekte onjuiste gegevens, waardoor de inspecteur op het verkeerde been is gezet. daarvan is in deze zaak echter geen sprake. de inspecteur moet daarom de beschikking fe in elk geval voor het jaar 2010 respecteren. de navorderingsaanslag is ten onrechte opgelegd en de verliesbeschikking is ten onrechte herzien.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief